woensdag 24 juni 2009

Factoren die je waarneming beïnvloeden


1. Kennis en ervaring.
Een vogelkenner zal ’s zomers in een orkest van geluiden alle vogelsoorten herkennen, omdat hij zijn zintuigen en geest heeft getraind. Een sporttrainer kan met een routineuze blik vaak precies aangeven welk onderdeel door een leerling goed of fout wordt uitgevoerd. De blik van een expert is scherper. Hij hoort en ziet meer dan een leek.

2. Verwachtingen en wensen: bewust selectief waarnemen.
Sta je kritisch en bevoor­oordeeld tegenover iets, dan zal je vaak zien wat je wilt zien. Je negeert dan het tegendeel (discriminatie, afweer). Zo zie je bij tennis of volleybal dat de bal die je sloeg nog net binnen de lijn was, maar je tegenstander ziet hem ver uitgaan. Van de scheidsrechter wordt objectiviteit verwacht. Hij zal beslissen wat hij gezien heeft, en we mogen ervan uit gaan dat zijn waarneming wel objectief en neutraal is, omdat zijn eigenbelang er niet bij betrokken is.
In het sociale verkeer wil je bijvoorbeeld geen kwaad woord horen van een persoon die je aanbidt en op een voetstuk hebt gezet. Toch laat iedereen wel eens een steekje vallen!

3. Stemming, gemoedstoestand.
Ben je chagrijnig of depressief, dan kun je vaak de humor van een grap niet vatten. Ben je altijd even enthousiast, dan kun je ernstige gebreken en tekortkomingen van collega’s over het hoofd zien.

4. Anticiperen: vooraf invullen van een toekomstige gebeurtenis.
Je weet dat er iets staat gebeuren dat belangrijk voor je is, en je maakt je er vooraf al zo druk over, denkt voorafgaande aan een gebeurtenis al na hoe die zal verlopen. Dat kan negatief of positief, subjectief of objectief zijn. voorbeelden van negatief anticiperen:

· Als het weekend wordt, zal het wel weer slecht weer zijn.
· Als ik vannacht niet kan slapen, zal ik morgen niet fit zijn en wordt het een rotdag.
· Als ik bij de kassa kom, zal ik wel weer in de langzaamste rij komen.
· Als kan niet goed blijven gaan, er zal wel weer iets vervelends gebeuren.

Door zo te denken en de gang der dingen te voorspellen, kun je je eigen onheilsprofeet zijn. In feite dwing je jezelf om een gebeurtenis zo in te kleuren, dat die overeen zal komen met de ervaren werkelijkheid: een voorspelling, die zichzelf waarmaakt (self-fulfilling prophecy).
Je gaat je aandacht vooraf op iets fixeren, en stelt je verwachtingen te hoog of te laag.
Wie bang is, krijgt wat hij vreest. Zo roepen we ook onze kinderen steeds toe: Pas op! Voorzichtig! Niet laten vallen!
Mijn wijze vader zei altijd: ‘Maak je maar niet druk, de dingen lopen toch altijd anders dan je denkt’. Dit is het tegenovergestelde van vooraf invullen. Leer om met deze slechte denkgewoonte te breken. Laat de dingen op zijn beloop. Vertrouw op de goede afloop. Je zelfvertrouwen zal bepalen hoe het gaat. Je niet te zeer hechten aan de uitkomt helpt, om de toekomst ontspannen tegemoet te treden en je waarneming objectief te houden.
Zeg tegen jezelf:

· ik weet niet hoe het zal lopen, ik zie wel.
· het heeft niet zoveel zin om me nu al druk te maken.
· het mag best een keer fout lopen, nou en?
· Ik ben ook maar een mens en ik doe mijn best.

5. Interpreteren: betekenis toekennen aan wat er gebeurt.
Interpreteren doe je op het moment zelf, tijdens een gebeur­te­nis, hier en nu. Je beleeft of ondergaat iets. Je krijgt indrukken binnen via je zintuigen en verwerkt die door er vanuit je geheugenassociaties een bepaalde betekenis aan te geven. Je vergelijkt wat je ziet, hoort, ruikt met wat je weet (of denkt te weten), en wat je er (al dan niet sensorisch) bij voelt en denkt. Die in­for­matieverwerking gaat razendsnel en grotendeels onbewust (automatische piloot). Zelfs als je iets niet begrijpt, probeer je er een draai aan te geven. Het gaat vaak niet om de gebeurtenis zelf, maar hoe je er tegenaan kijkt. De uitkomst, je oordeel, kan positief, negatief of neutraal zijn. dat bepaal je grotendeels zelf.
Het is de kunst om onderscheid aan te brengen tussen de observatie zelf en de interpretatie die je eraan geeft. (vgl. proactief denken: druk even op de pauzeknop voor je reageert of een conclusie trekt).

Foutieve interpretatie. De gemakkelijkste manier is om – de eerste de beste – een willekeurige interpretatie uit te kiezen, die je dan vervolgens, ook maar voor je gemak, meteen voor dé (absolute) waarheid houdt. Maar dat is meestal niet houdbaar. Dan oordeel je te gemakkelijk en te snel. Zet jouw ‘waarheid’ maar eens tegenover die van een ander. Vraag tien getuigen van een verkeersongeval te beschrijven wat ze gezien en gehoord hebben, en de kans is groot dat ze allemaal met een eigen versie van het verhaal komen. Door selectieve aandacht let de een hier op, en de ander weer op iets anders.
De denkfout die hieronder schuil gaat, is dat we er te snel van uitgaan dat onze manier van waarnemen altijd juist is. Onze interpretatie is vaak maar één invals­hoek uit een heel scala van mogelijke waarnemingen. Observeren lijkt op het registreren van beelden met een camera, waarbij je die beelden vanuit vele hoe­ken en standen kunt vastleggen. Of op het opnemen van gelui­den met behulp van een microfoon. Obser­veren betekent dat je naar de situatie of gebeur­tenis probeert te kijken en te luisteren als door een videocamera: je ogen gebruik je als lens en je oren als microfoon. Leg alleen maar vast wat er gebeurt, zonder er meteen een betekenis of oordeel aan te hechten.

dinsdag 23 juni 2009

Filters die je waarneming beïnvloeden

Veel informatie wordt gefilterd op basis van persoonlijke belangstelling. Bij interpersoonlijke communicatie kan een waarnemingsfilter storend werken. Het is goed om je daarvan bewust te zijn, en er rekening mee te houden.

Taalfilter
Wat iemand zegt, heeft niet per se dezelfde betekenis als die jij eraan toekent. Je zult dus moeten checken of de ander hetzelfde bedoelt, wat jij ervan begrepen hebt. Dit is het belang van feedback in communicatie.

Cultuurfilter
De cultuur van je land of regio bepaalt voor een deel hoe je waarneemt en communi­ceert. In je jeugd leer je betekenis aan woorden te geven en hoe mensen met el­kaar omgaan. Cultuurfilters bestaan ook binnen een land, bedrijf of vakgebied.

Schema­filters
(Cognitieve) schema’s zijn mentale voorstel­lingen waarmee je kennis organiseert door informatie te selecteren, te ordenen en op te slaan in je geheugen. In het sociale verkeer worden schema’s veel gebruikt om de waarneming te filteren. We geven meer aandacht aan mensen die in overeenstemming met onze schema’s handelen, dan aan mensen die dat niet doen.

Eerste-indrukfilter
Wanneer je iemand voor het eerst ontmoet, krijg je een eerste indruk. Dat kan positief of negatief uitpakken. Als je iemand te ne­gatief beoordeelt, handel je daar ook naar. Gedrag dat niet voldoet aan je verwachtingen, wordt genegeerd.

- Foutieve hypothese: op basis van onze cognities vormen we vooraf denkbeelden (hypothesen) over hoe iemand volgens ons is. Zijn gedrag zullen we in het licht daarvan interpreteren; andere informatie die niet klopt met onze hypothesen zullen we negeren of zodanig verdraaien dat het alsnog overeenkomt met onze ‘’plaatjes’’.

‘aardig of niet aardig’-filter
- Halo-effect: ik mag je wel. Je ervaart iemand op grond van een eigenschap als positief. Dan heb je de neiging om ook de rest van de persoon als positief waar te nemen.
- Horn-effect: ik mag je niet. Een waargenomen negatieve eigenschap is vaak voldoende om de rest van de persoon ook als negatief te beoordelen.

Eenmaal gevormde beelden veranderen niet snel. Bij tegenstrijdige beelden wordt toch vaak 1 eigenschap als grondtoon voor beoordeling gekozen.
Last hebben van het horn-effect kan heel frustrerend zijn, wat je ook doet, volgens de ander is het niks en wordt het ook nooit iets.

- Zelfvervullende profetie: we handelen ten opzichte van iemand vanuit een bepaald verwachtingspatroon van hem. Dit doen we zo, dat we bij de ander een reactie teweeg brengen die onze oorspronkelijke verwachtingen/beelden bevestigen.

Attributie­filter
Mensen hebben de neiging om de oorzaken van gebeurtenissen aan een persoon toe te schrijven en daarbij de invloed van omgevingsfactoren te onderschatten. In de praktijk trek je dan mogelijk verkeerde conclusies.

- Attributiefout (toeschrijvingfout): we schrijven onze eigen positieve acties toe aan onze welwillendheid, en die van de tegenpartij aan manipulatieve bedoelingen. Ons succes schrijven we toe aan onze capaciteiten, en die van de ander aan toeval en gunstige omstandigheden. Ons falen schrijven we toe aan negatieve omstandigheden die buiten onze controle liggen, en die van de tegenstander aan zijn eigen onkunde.

stereotypen
Algemene kenmerken, vaak vooroordelen, worden aan groepen of typen mensen toegeschreven om snel en effectief informatie te verwerken of conclusies te trekken. Een stereotypering is een cognitief schema, een manier om mensen een etiketje op te plakken, waardoor je waarneming gaat vertekenen. Door vooroordelen wordt je op het verkeerde been gezet en dat doet de communicatie niet goed.[1]

- Stereotype waarneming: we hebben als mens sterk de neiging om te simplificeren, te denken in termen van zwart/wit of goed/kwaad, zodat genuanceerd denken of waarnemen bemoeilijkt wordt. Zo zullen we ons eigen gedrag (en dat van onze medestanders) positief en dat van onze tegenstander als negatief beoordelen.

[1] Bron: Arets & Heijnen, Communicatieversnellers.

Paradigma of wereldbeeld


Een paradigma is een manier om iets te bekijken. Een perspectief, de basis van een een gedachtenrichting, een dialect.

Paradigma-wisseling. Stephen Covey werkt in zijn boek de theorie van de paradigma-wisseling uit[1]. Om de wereld om ons heen te kunnen begrijpen, maken wij een model, een landkaart, een schema, een beeld van de wereld. Hoe beter dit beeld overeenkomt met de werkelijkheid, hoe be­trouwbaarder en objectiever onze waarneming is. En omgekeerd: hoe objectiever en nauwkeuriger we de werkelijkheid kunnen waarnemen, hoe betrouwbaarder ons denkmodel en referentiekader. Er zijn objectieve manieren om de wereld waar te nemen, en subjectieve. Onze gevoelens, normen en waar­den kunnen ons blikveld vertroebelen. Als we blij en gelukkig zijn, zien we anders dan wanneer we verdrietig en ongelukkig zijn.
Mensen vragen zichzelf vaak niet af of hun waarnemingen en ervaringen wel kloppen. Ze nemen hun zintuiglijke ervaringen, gevoelens en gedachten voetstoots als feiten aan. Maar door een piekervaring, een plotselinge ont­dek­king, een shockeffect, door een schokkende ge­beurtenis kan ons wereldbeeld opeens op zijn kop komen te staan. Dit bewijst hoe subjectief onze waarneming is. Als onze kijk op de dingen verandert, verandert ook ons paradigma. Door deze verandering worden we zelf ook veranderd. ‘Ik zal nooit meer dezelfde zijn’. Paulus spreekt over de oude, onbekeerde mens, en de nieuwe, bekeerde mens. Een nieuw leven begint, het oude is voorgoed voorbij en heeft afgedaan.

Onwankelbare principes. Covey stelt: ‘Effectief gedrag is gebaseerd op principes die net zo fundamenteel zijn als de wet van de zwaartekracht’. Een principe is als een vuurtoren, een onwrikbaar gegeven, een natuurwet. We vinden deze principes terug in elke invloedrijke godsdienst of levensover­tuiging. Ze spreken voor zichzelf. Iedereen herkent ze, of men er nu naar leeft of niet. Voorbeelden:

· redelijkheid, rechtvaardigheid
· integriteit, eerlijkheid
· menselijke waardigheid
· dienstbaarheid
· kwaliteit, uitnemendheid
· vermogen: geduld, koestering, steun

Principes zijn richtlijnen voor gedrag, die hun waarden op lange termijn hebben bewezen. Hoe meer onze paradigma’s en wereldkaarten in overeenstemming zijn met de natuurlijke en sociale wetten, hoe beter en effectiever wij functioneren [2].

Paradigma. Wanneer iemand denkt dat zijn kijk op de dingen de enig mogelijke manier is om de wereld te bekijken, noemen we dat een werkelijkheidsdefinitie of paradigma. Een paradigma kan indi­vidueel zijn, of de gemeenschappelijke normen en waarden van een groep weerspie­gelen. Het feit dat anderen onze zienswijze delen, zegt nog niets over het waarheidsgehalte van die zienswijze. Zo geloofde men vroeger dat de aarde plat was en onze planeet het middelpunt van het heelal, waar de zon omheen draaide. Inmiddels weten we beter.
Meestal zijn mensen zich niet bewust van een paradigma. Ze kennen maar een manier om de werkelijkheid te bekijken. Deze manier is de ‘normale’, de juiste, de vanzelfsprekende. Het paradigma schrijft voor ‘hoe dingen gedaan worden’. Ieder ‘weldenkend mens’ zal daar hetzelfde over denken. Zolang je je niet bewust bent van een paradigma, is het een geestelijke gevange­nis. Het is de enige bril die je hebt. Je kunt alleen maar door deze bril naar de werkelijkheid kijken. Maar op het moment dat je je van een paradigma bewust wordt, ontdek je een deur die openstaat, waar je uit kunt stappen om tot nieuwe inzichten te komen, met het risico om in een nieuw paradigma verstrikt te raken, omdat je nu gelooft een nieuwe, ‘absolute’ waarheid te hebben ontdekt. Dit is het gevaar van mensen die een bekeringservaring doormaken, en zich dan weer teveel vastklampen aan die nieuwe ervaring.
Geen enkel paradigma is altijd en overal eeuwig geldig. Geen paradigma kan al je vermo­gens activeren. Je hebt creativiteit nodig om de beperkingen van paradigma’s te overwinnen. Bewust­wording vergroot je creativiteit. Het herkennen van je eigen paradigma’s is van le­vensbelang, omdat je daarmee ook je eigen werkelijkheid schept. Want je waarneming wordt door je para­digma’s voorgestructureerd. Je hebt de neiging om waar te nemen wat het paradigma voor­schrijft, maar daarbij ga je al selectief te werk. Bovendien handel je naar je eigen paradigma, met als risico dat je het tegendeel bereikt van wat je op het oog had. Para­digma’s van mensen kunnen botsen, en daardoor tot misverstanden, conflicten en ruzie leiden.[3]

Opsporen van paradigma’s
Goed waarnemen is moeilijk. Je paradigma’s structureren je informatie al nog voordat je iets (nieuws) waar­neemt, en bepalen dus wat je zult opmerken en wat niet. Je kunt jezelf niet aan je haren uit een moeras trekken. Vanuit het mechanisme van self-fulfilling prophecy is de wereld een spiegel, waarin je jezelf kunt waarnemen. Uit de resultaten van wat je doet, kun je je paradigma’s leren herkennen.
Emotie als herkenningssignaal van een mogelijk paradigma. De paradigma’s van mensen zijn vaak verbonden met hun identiteitsgevoel en hun gevoel van geestelijke gezondheid. Daarom kan het ter discussie stellen ervan met heftige emoties gepaard gaan. Je houvast in het (over)leven wordt dan bedreigd! Emotie voelt vaak als morele verontwaardiging. De ander vindt of doet niet ‘wat juist is’.

Morele verontwaardiging is een signaal dat er sprake kan zijn van een paradigma. Omdat de eigen manier van kijken in de eigen beleving de enige juiste manier is, moet er met iemand die het anders bekijkt, wel iets aan de hand zijn:

· de ander wordt gezien als dom of incompetent: ‘Onbegrijpelijk dat ze zo iemand op die plaats hebben kunnen neerzetten!’
· de ander is gek, niet goed bij zijn hoofd, gestoord, wat denkt hij wel (niet). In totalitaire regimes worden dissidenten soms in psychiatrische inrichtingen opgesloten. Zij denken niet de binnen het systeem ‘juiste’ gedachten.
· De ander is slecht, onbetrouwbaar, corrupt. Zijn opvattingen zijn moreel verwerpelijk. Galilei moest zijn overtuiging dat de aarde om de zon draaide herroepen, om niet op de brandstapel te eindigen.

Als je een of meer dan deze criteria of andere negatieve kwalificaties tegenkomt, in combi­natie met emotie of verontwaardiging, is er vrijwel altijd sprake van een paradigmaverschil. Volgens je eigen paradigma ben je zelf altijd de goede partij, aan de ander is iets mis, en dat mag niet.

Een andere manier om paradigma’s op het spoor te komen, is constateren dat de werke­lijk­heid zich niet volgens verwachting gedraagt. Wetenschappelijke paradigma’s kunnen in een aantal stappen worden veranderd:

· je wordt je ervan bewust dat waarneming en paradigma niet met elkaar kloppen
· je identificeert de ‘fout’
· je relateert je bevindingen aan dingen die eerder ‘fout’ waren
· je past (andere) paradigma’s aan, zodat de ‘foute’ waarnemingen erin passen.

We zijn uiterst creatief in het bedenken van verklaringen, waarmee ons beeld van de werkelijkheid in stand kan blijven. De vraag: ‘wat is de meest eenvoudige verklaring voor waargenomen verschijnselen?’ kan je helpen om je paradigma’s bewust te worden en eventueel te veranderen. [4]

Omgaan met eigen en andermans paradigma’s. Zolang je je niet bewust bent van je eigen paradigma’s, zal je in botsing komen met mensen met andere paradigma’s. Als je dit inzicht eenmaal hebt verworven, ga je beter functioneren in de omgang met de mensen om je heen. Er staan nu verschillende wegen voor je open, die echter niet allemaal even effectief zijn.

1. Negeren leidt tot conflicten. Je neemt waar dat iemand een ander paradigma heeft, maar je verwerpt dit en hanteert je eigen paradigma dogmatisch. Impliciet ga je ervan uit dat de ander hetzelfde paradigma behoort te hebben als jij. Je handelt alsof dat ook zo is. Deze handelwijze is zeer ineffectief en leidt in het algemeen tot conflicten.

2. Bekeren heeft vaak geen zin. Je probeert iemand te overtuigen van je gelijk. Je draagt je visie uit of gaat een grondslagen­discussie aan. Deze benadering heeft soms succes, maar meestal niet. Als iemand zijn paradigma beleeft als behorend tot zijn identiteit, is bekeren een vruchtelo­ze onderneming.
Negeren of bekeren leidt meestal niet tot inhoudelijke resultaten, maar wel tot een slechtere relatie. Wanneer we de betrokken relatie in stand willen houden, kunnen we niet uitgaan van ons eigen absolute gelijk. Samenleven met anderen vereist het besef dat de zekerheid van de ander even legitiem en geldig is als de eigen zekerheid. Voor die ander moet je dus een plaats in je bestaan inruimen.

3. Accepteer de verschillen - en ga er met een bocht omheen. Ook al ervaar je het niet als prettig, accepteer dat de ander een afwijkend paradigma aan­hangt. Het verschil tussen jullie is in deze situatie een gegeven feit. Van daaruit zoek je oplossingen die zowel voor de ander als voor jezelf acceptabel zijn. Leer zo de afwijkende paradigma’s van de mensen om je heen te accepteren, zoals je een opgebroken weg accepteert: je mag je dan opwinden over het feit dat de weg opgebroken is, maar je rijdt niet in het gat en neemt een andere route.

4. Respecteer de verschillen - en zoek de middenweg (synergie). Wijs het paradigma van de ander niet meer af, door het niet langer als een opgebroken weg te zien, maar als een ander gerecht op dezelfde menukaart. Respecteer de zienswijze van de ander en ontmoet hem daarin. In deze benadering kan de ander gekend en erkend voe­len. Zo roep je geen weerstand meer op en schep je een gunstig klimaat om tot overeen­stemming te komen.

Betekent dit dat je geen visie mag hebben en dat je er niet naar mag streven, zienswijzen van anderen te veranderen? Natuurlijk niet. Andermans afwijkende paradigma’s accepteren en respecteren, betekent niet dat je die van jezelf overboord moet zetten, of dat je je eigen opvattingen en idealen op moet geven. Maar wanneer je aan paradigmaverheldering of -verandering wil werken, is dit een doelstelling in de toekomst, en geen actuele werkelijkheid.
Uitgangspunt voor de te kiezen strategie is de situatie zoals die nu is. Je kan een andere weg naar je doel kiezen of de weg repareren. In veel gevallen zal de eerste optie efficiënter zijn. Paradigma’s van anderen zijn moeilijk of niet te veranderen, en voor veel doelen die je wilt bereiken is dat ook niet nodig. Je zult zelf creatief moeten zijn in het vinden van een andere weg.[5]

Dingen bestaan alleen, door de herinnering,
door het opnieuw naar binnen brengen,
opnieuw van iets bewust worden.
Dit bewust-zijn is een brandpunt
Een punt van concentratie
waar de aandacht zich verzamelt.

De aandacht is op een bepaalde plek gefixeerd.
Alles wat tot het alledaagse leven behoort,
inclusief alle ideeën en symbolen,
is slechts een beschrijving van de wereld in symbolen
een begrip dat beperkt is tot wat de rede kan bevatten
De eigenlijke wereld stijgt daar ver bovenuit
is van veel grotere afmetingen, dimensies en diepte

Hoe vaak beseffen we dat we ronddraaien
op een bolvormige wereld
in een vaste baan rond een lichtgevende ster, de Zon,
een onmetelijke bron van energie en levenskracht
Hoe vaak beseffen we dat de Zon een speldenknop is
een van de talloze in de onmeetbare ruimte
dat kunnen we toch nauwelijks bevatten.

Onmetelijk grote ruimte, onmetelijk klein atoom
elk object is opgebouwd uit miljoenen moleculen en atomen -
in aantallen die elk begrip te boven gaan -
Dit zou ons bescheidener moeten maken,
wat minder zeker over de waarheid die we bevatten.

Ons lichaam is een mysterie, onze ziel, geest en levenskracht.
Alles wat ons omgeeft is een mysterie, alles wat leeft of niet.
We zouden ontvankelijker moeten zijn voor dit mysterie
deze oneindige opeenstapeling van mysteries
en relativeren wat ons kleine beperkte ego bezighoudt.

Hoe bevrijden we ons van deze beperkte visie?
Maken we ons los van dit kleingeestige denken?
Komen we weer oog in oog te staan met dit alomvattende mysterie?
Is er weer ruimte voor het onbekende en onkenbare?
Geven we onze kleinzielige beslommeringen op?
Om onze aandacht op andere, oneindige werelden te richten...

[1] Stephen Covey, De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, blz. 19-25.
[2] Stephen Covey, De zeven eigenschappen van effectief leiderschap, blz. 19-25.
[3] Nathans, Adviseren als tweede beroep, blz. 45 e.v.
[4] Nathans, Adviseren als tweede beroep, blz. 45 e.v.
[5] Nathans, Adviseren als tweede beroep, blz. 53 e.v.

maandag 22 juni 2009

Bestaat er een objectieve werkelijkheid?

Wat is werkelijk waar? Bestaat er een objectieve werkelijkheid? Niet vanuit het oogpunt vanuit een individuele waarnemer. Het bereik van onze zintuiglijke waarneming en interpretatie is beperkt en gefilterd door persoonlijke voorkeuren. Ons beeld van de werkelijkheid is niet meer dan dat: een beeld, een beschrijving, een schema. Daarachter ligt een wetenschappelijk concept van ‘dat wat werkelijk is; wezenlijk bestaand’. Maar ook dat is grotendeels een abstractie, al dan niet objectief neergelegd in (wiskundig) geformuleerde wetten. Met de genormeerde en gedefi­nieerde exacte wetenschap kun je er als individu nog steeds geen grip op krijgen. Het is te groot, te diep, te breed, te lang, te hoog, te complex om daar het feit dat je leeft op te baseren en te verklaren. Vandaar dat we stellen: ‘de’ werkelijkheid bestaat niet, net zo min als ‘de’ waarheid.

Werkelijkheid is de realiteit bezien vanuit een bepaald punt, standpunt of gezichtspunt, vanuit jezelf of vanuit een ander. Jouw werkelijkheid omvat bijvoorbeeld:

Hoe jij in de wereld staat.
Hoe jij tegen de dingen en mensen aankijkt.
Wat jij ervaart.
Wat jij van de dingen vindt, in verschillende situaties.

Als je aan tien mensen vraagt wat zij van iets vinden, krijg je waarschijnlijk tien verschillende antwoorden: mooi, lelijk, te klein, te groot enz. Dat zegt nog niet zoveel over het object of het onderwerp, maar wel over de ‘werkelijkheid’ van waaruit mensen waarnemen en redeneren.[1]

Persoonlijke voorkeuren en waarheidsvinding. Hoe jij in de wereld staat, bepaalt hoe je de objecten van de wereld waardeert, en omgekeerd. In eerste instantie maak je zelf uit wat jij leuk of irritant vindt, wat jij teveel of te weinig vindt, wat jij nodig hebt om je staande te houden in dit leven en daar je persoonlijke balans in te vinden. Vanuit je persoonlijke behoeften label je de vormen, dingen, levensvormen die je tegenkomt en schenk je er al dan niet de aandacht aan die ze volgens jou waard zijn.
Het kan zijn dat jouw werkelijkheid heel anders is dan die van de mensen die tegenkomt. In de trein ga je bijvoorbeeld naast iemand zitten, om vervolgens op te merken dat de reiziger met een mp3-speler naar zijn favoriete muziek luistert en daar heel blij van wordt, zodat de volumeknop steeds verder opengaat. Jij wordt gaat je echter steeds meer storen aan de ‘wanklanken’ van die zogenaamde ‘muziek’. Wie heeft er gelijk? Is het nu mooi of niet mooi om naar te luisteren?

Het kan voor je persoonlijke effectiviteit – je levenskunst – van groot belang zijn om voor het eerst of opnieuw te ontdekken dat ieder mens voor een groot deel in een eigen versie van ‘de’ werkelijkheid leeft. Die ontdekking heeft grote gevolgen. Dan is het niet langer vanzelfsprekend dat je met andere mensen op dezelfde golflengte zit, en hoef je je er niet meer over te verbazen of aan te ergeren. Jouw ‘werkelijkheid’ is niet ‘de’ werkelijkheid; de mensen om je heen leven in een andere. Soms zullen de opvattingen die daarbij horen in een bepaalde situatie (sterk) overeenkomen, soms zullen ze (heel erg) van elkaar afwijken.

Het is dus essentieel dat je goed leert communiceren vanuit jouw – beperkte versie van de – werkelijkheid, terwijl je beseft dat het grotendeels een persoonlijke invulling is, en dat dit zowel geldt voor de zender als voor de ontvanger. Als je je eigen werkelijkheid goed kent, dat wil zeggen: overziet, in kaart gebracht en gedefinieerd hebt - is het gemakkelijker om te ontdekken waardoor er conflicten tussen mensen ontstaan: door de verschillende posities vanuit waarnemingen plaatsvinden. Dan kun je begrijpen en incalculeren waarom een ander niet meteen snapt dat je je grenzen op een bepaalde manier stelt, of dat je meer ruimte nodig hebt. Dan begrijp je waarom je in de ene situatie genoeg ruimte hebt, terwijl mensen in een andere situatie enorm over je grenzen heen lijken te gaan. [2]

Zie ook: http://maxmesman.wordpress.com/

www.maxmesman.nl

[1] Olthuis, Dit is mijn grens, blz. 25.
[2] Olthuis, Dit is mijn grens, blz. 26-27.